Märklin - analoog

afbeelding van Frank

Een klassieke analoge Märklin baan bevat een transformator die 4 uitgangen heeft.

  • Rood: de rijspanning tussen 3 en 16V wisselspanning
  • Bruin: massa
  • Bruin: massa, dit is identiek dezelfde massa als de andere bruine
  • Geel: verlichting, seinen, wissels 16V wisselspanning.
Wanneer we een trein willen laten rijden sluiten we dus de rode en bruine draad aan op de rails. Je kan hier een rail voor kopen die aansluitingen heeft of je kan de draadjes zelf aan de rails solderen.

 

marklin_analoog1.png

Märklin rails solderen is niet eenvoudig, soldeer op de railverbindingsstukjes of gebruik soldeermiddel om de soldeertin te laten hechten op de Märklin rail.

soldeermiddel.jpg
 

Wanneer we een wissel willen aansluiten hebben we een bedieningskastje zoals de 7072 nodig.

marklin_analoog2.png

Deze heeft aan de zijkant een aansluiting die we moeten verbinden met de massa. Dus leggen we er een bruine draad naar toe.
De wissel heeft nog drie aansluitdraden:

  • geel: stroomdraad voor de wisselspoelen
  • blauw: wisselspoel om de wissel in de rechte stand te plaatsen.
  • blauw: wisselspoel om de wissel in afbuigende stand te plaatsen.

De stekkers heeft Märklin los meegeleverd omdat je de draadjes waarschijnlijk zal verlengen en omdat Märklin niet kan weten welke in jouw baan de "veilige stand" van de wissel is. Meestal is de veilige stand de stand rechtdoor; Je zal nu dus met één van de twee blauwe draadjes eventjes (1/2 seconde) contact moeten maken met een bruine. Je hoort de de wissel zoemen of verspringen. Je kan nu zien in welke stand deze staat. Stel dat dit rechtdoor is dan zet je aan de blauwe draad die je vast hebt de groene stekker en aan de andere de rode stekker.
Je kan nu de stekkers verbinden met het bedieningskastje.

Met Märklin rails kan je probleemloos de meest complexe ontwerpen maken, de twee rails zijn immers steeds de massa, in een wissel zijn de wisseltongen ook steeds massa.

marklinwissel.jpg

Een trein kan steeds de wissel "open rijden" zonder dat dit een kortsluiting kan veroorzaken. Als we zeggen dat een trein een wissel open rijdt van bedoelen we dat de trein komt uit de richting waarnaar de wissel niet naar toe wijst. In bovenste tekening staan de wisseltongen zo dat de trein rechtdoor rijdt. Als de trein van het afbuigende spoor komt rijdt die de wissel open. In het grootbedrijf worden zowat altijd de wissel vergrendeld. Wanneer een trein over een vergrendelde wissel zou willen rijden zal die ontsporen. Tot nu toe heb ik nog maar op één plaats ooit in grootbedrijf wissels gezien die worden open gereden en dit is op de lijnen van de HSB  onder andere in de stations van Schierke, Elend, Stiege, ... (Duitsland, Harzgebergte).