(Opnieuw) starten met modeltreinen

afbeelding van Frank

Starten met modeltreinen

Modeltreinen winnen terug aan populariteit.

Jongeren krijgen terug een modeltrein (elke reden is goed) misschien van een ouder of grootouder die die zelf treinen had in zijn jeud.
Misschien bent je wat ouder, de bouw is afgerond of de kinderen zijn het huis uit en daardoor ontstaat er tijd voor een hobby en je dacht “die treintjes van toen ik klein was” daar is nu tijd en wat geld voor.
Mogelijk hebt je het professionele leven achter je gelaten en je hebt nu eindelijk tijd voor je jeugddroom te verwezenlijken. Je wil starten met je modeltreinhobby.

Weel mensen zitten op dit punt met vragen. Het antwoord vind je bij jezelf.

Modeltreinen zijn een erg veelzijdige hobby. Het is belangrijk om te weten wat je van je hobby verlangt voor je geld uitgeeft.

Wat wil je

Je zou een aantal profielen van modeltreinliefhebbers kunnen onderscheiden.
Elke modeltreinfan heeft meer of minder van de volgende profielen:

  • De verzamelaar: iedereen is in meer of mindere mate verzamelaar. Het is belangrijk om te weten wat je wil verzamelen tenzij geld absoluut geen rol speelt.
    Je kan een verzameling van één merk aanleggen, een tijdperk, een bepaald type materieel of van één schaal of….
    Je financiële draagkracht zal bepalend zijn voor wat Het zal duidelijk zal dat alles verzamelen wat in schaal HO op de markt komt voor zéér weinig mensen zal weg gelegd zijn. Daarentegen, de stoomloks van de DR in schaal Z verzamelen is een stuk realistischer. Een echte verzamelaar zal ook de doosjes zorgvuldig bijhouden want zonder doosje is de loc of wagon nog slechts 50% van de aankoopwaarde waard. Sommige mensen kopen/verkopen historisch materiaal en bouwen een baan op een houten plaat in ware jaren 30 stijl.
  • De modelbouwer: sommige mensen willen dat hun trein rijdt in een realistische omgeving. Ze gaan huizen bouwen, niet uit plastic bouwpakketten maar aan de hand van foto’s in karton, plastic, plaaster of hars.
    Sommige maken gebruik van CNC routers of 3D printers om muren te maken of bouwen als Emmanuel Nouailliers onvoorstelbaar realistische gebouwen in architectenkarton.
    Des te hogere eisen je stelt aan de detaillering hoe kleiner de oppervlakte van je modelbaan zal worden, tenzij je beschik over veel tijd of geld om anderen het voor je te laten doen. Wanneer je favoriet model niet op de markt verkrijgbaar is kan je overwegen dit zelf te bouwen. Wanneer je zelf modellen wil bouwen zal de keuze voor een grotere schaal het werk vereenvoudigen. Details zijn immers groter en eenvoudiger te produceren en de details zijn ook gemakkerker te maken en aan te brengen bij grotere schalen. Maar anderzijds vragen grotere schalen ook meer details.
    Qua detail is zéér veel mogelijk, je kan beweging voorzien Preiser figuren. Viessmann heeft een ruim aanbod in hun e-motion gamma, maar ook zij hebben niet alles beschikbaar. Een hond die kwispelt, een man die zijn hoofd draait van links naar rechts, een boer die met een zwengel zijn tractor start. Het is allemaal mogelijk in zelfbouw. Zulke en nog véél meer details vinden we terug op de modelbanen van PEMOBA.
    Je moet natuurlijk ergens starten als modelbouwer en dat de je het meest eenvoudig door een plastic bouwkit te kopen. Je kan je eerste stappen zetten in het verfraien van het model door de stenen muren van een gebouw in te voegen. Je doet dit door ze ruim in te smeren met grijze plakkaatverf, laat de verf zeker niet drogen, maar verwijder ze oppervlakkig met een stuk keukenrol. Hierdoor blijft de grijze verf achter tussen de voegen van de stenen en blijft er een fijn patina achter op de stenen waardoor de plastic-look weg is. Je kan met een eenvoudige airbrush de deuren en ramen een andere kleur geven. De aankoop van een airbrush met bijhirende compressor kost snel 200 euro maar dit is een investering waar je jaren geniet van hebt. Als volgende stap kan je in één of twee kamers maken uit architectenkarton en daar een interieur in bouwen, dit kamertje kan je dan inbouden in een huisje. Preiser en andere merken verkopen tafels en stoelen. Wanneer je nu een warm-witte led aan het plafond bevestig hoef je geen “gordijnen” op de ramen te lijmen is het je weer aan detail gewonnen en ben je op weg.
  • De realist: sommige mensen willen dat station, wissels, bochten rails, wielen realistisch zijn. Wanneer je weet dat een halte zonder wissels in realiteit tussen de 250 en de 400 m lang is dan weet je dat je halte op schaal HO tussen de 287,35 cm en de 459,77 cm lang zal zijn. Een station van als dat van Lier is al snel 1km lang, in HO wordt dat 1149,42 cm. Je zal over een grote ruimte moeten beschikken of je enorm beperken in wat je bouwt. Dan kies je best voor een klein station waar zeker geen sneltreinen passeren; je zou kunnen denken aan bv het station van Dorinne-durnal dat ligt op de lijn van de Bocq, hier stoppen toeristische treinen met één of twee wagons. Een bocht in een industriegebied heeft een minimale straal van 300m of 344,82 cm in HO. Een bocht is bovendien niet vlak maar je voorziet een verkanting zodat de trein met behulp van de middenpunt vliegende kracht beter op de rails blijft. Wanneer je weet dat een wissel met een wisselhoek van 9°57' slechts mag bereden worden tegen maximaal 40 km/u en alleen terug te vinden is in industriegebied dan weet je dat een slanke Märklin wissel onbruikbaar wordt. Roco en Peco hebben slanke wissels van 8,1° en 7,15°in hun gamma, maar zij hebben ook een respectabele lengte van 345 en 322 mm. Je kan er ook voor kiezen we wissels zelf te bouwen, er zijn bouwpakketten op de markt waarbij je de rails nagelt op de houten biels zoals in het echt. Complexe wisselstraten zullen dus meerdere meters lang worden. Wanneer je de rails kiest met de juiste profielhoogte code 70, dan zal je de wielen van al je wagons en locs moeten vervangen omdat de flenzen te hoog zijn. Kan dat allemaal, ja. Deze norm noemt HO-pur en je zal je zeker moeten beperken in wat je bouwt van je hebt een gigantische ruimte nodig, het kost veel tijd of veel geld. Je kan je ook beperkten tot enkele modules van een modulebaan en aansluiten bij een HO-pur groep zoals fremo:87 of Proto87.
  • Vele modelbouwers gaan locs en wagons weatheren, dit is een delicate kunst die je best oefent op goedkope wagons die je tweedehands voor enkele euro's koopt. Voor de pure verzamelaar is weatheren een nachtmerrie. De loc of de wagon is niet meer origineel en de verkoopswaarde daalt tenzij het perfect is uitgevoerd.
  • Anderen streven naar historisch correcte treinen, ze baseren zich op documentatie om hun treinen samen te stellen. Ze kopen boek en foto's en leggen een archief aan om te bewijzen dat de trein reden zoals zij ze verzamelden. Een aantal probeert elke mogelijke variant van een type loc te verzamelen, details die niet kloppen kunnen worden vervangen door eigen gemaakte onderdelen of onderdelen van een fabrikant als Weinert. Het neveneffect is dat loc soms niet meer kunnen rijden op gewone modelbanen omdat hun draaicirkel veel te groot is geworden. Op een HO-pur baan mag dit geen probleem zijn.
  • Andere spelen graag met hun treinen, zij bouwen banen waar het landschap ondergeschikt is aan het spelplezier. Veel van zulke banen bevatten onrealistisch veel sporen en korte bochten. Het grote voordeel is dat we zulke modelbanen op zowat elke hobbykamer kwijt kunnen. Mensen die graag met hun treinen rangeren, containers laden en lossen met een containerkraan kunnen hier hun hart op halen.
    Een andere manier van spelen is het gebruik van trein en wagonkaarten die afkomstig zijn uit FREMO. Je rijdt hier zoals in realiteit treinen van A naar B en levert wagons af. De treinbegeleider neemt de treinkaarten mee naar volgend station, wanneer de wagons afgehaakt worden, plaatst de begeleider de kaarten in de daarvoor voorzien bakken. De goederenkaarten worden uit de wagonkaarten genomen en een andere trein kan de lege wagons terug meenemen naar een plaats/fabriek om terug te laden.
  • Nog anderen sturen hun treinen met de pc en laten die rijden volgens hun tijdschema's. Een aantal programmeert zelf hun software zelf en ontwerpen/bouwen zelf hun elektronica. Arduino's en Rasberry Pi's vormen dikwijls de basis. Omdat tijd eenmaal beperkt is zal de detaillering van het landschap meestal ook beperkt zijn.
  • Andere zijn gebeten door de techniek van een loc, meestal een stoomloc en willen die liefst zelf bouwen. Dan kom je terecht bij life-steam. Je zal over de nodige technische kennis moeten beschikken of deze opdoen in een club. Vele bezitten een draaibank, een frees en alle mogelijk metaalbewerkingsmachines. Aan één loc heb je al snel enkele jaren werk. Het resultaat is dan een werkstuk waar iedereen vol bewondering staat op te kijken. Wanneer je bij je thuis wil rijden heb je een ruime tuin nodig en goede buren die er geen bezwaar tegen hebben dat jij tijdens hun zondagsrust in de tuin rond rijdt en af en toe geniet van de stoomfluit.

Zoals je merkt kan je met modeltreinen alle kanten uit, maar het belangrijkste is dat je goed nadenkt over wat je wil voor je iets koopt omdat tijd, geld en oppervlakte beperkt is. Een club als LMTC is een goede locatie om ideeën uit te wisselen, te discussiëren en te brainstormen. Er is altijd wel iemand die in iets specialist is of ervaring heeft. Niets hoeft zwart wit te zijn, waarom zou jij geen containerterminal op je HO-pur baan zonder landschap kunnen zetten. Je kan een realistisch stoomloc depot bouwen en een klein cirkeltje om je locomotieven  te laten rijden. Er zijn immers geen regels die je moet volgen.

Hoeveel ruimte heb je?

Best begin je met de beschikbare ruimte op te meten.
Welk tijdperk interesseert je? De eerste stoomtreinen tot begin 20é eeuw, de stomers, eerste elektrische experimenten en eerste diesels van voor de tweede wereldoorlog, De periode waarin diesels furore maakte , stomers langzaam begonnen te verdwijnen en elektrische treinen hun intrede deden, tot aan de jaren 60. Meer info vind je hierover op wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Tijdperken_in_modelbouw.
Je zal ook een seizoen moeten kiezen, wanneer je kiest voor de lente kan je geen appelbomen plaatsen hoe leuk je die ook vindt.
Maar de belangrijkse regel is doe wat je graag doet en koop wat je mooi vind.
Wil je lange (snelle) treinen of een lokaalbaan/industrie motief met een beperkt aantal sporen.
Welke schaal kies je, welke spoorbreedte?

  • Schaal T 1/450, afkomstig uit Japan. Op zéér weinig ruimte kan je een modelbaan bouwen. het aanbod is vrij beperkt.
  • Schaal Z 1/220, het fabrikanten zijn beperkt tot Märklin en Micro-trains.Zm is meterspoor (trams, smalspoor). Het aanbod is zeer beperkt. In schaal Z kan je op een beperkt oppervlakte ruime stations aanleggen en lange paradetrajecten bouwen.
  • Schaal N 1/160, bevat meer details dan Z. De ruimte die je nodig hebt valt goed mee, ruime stations, paradetrajecten behoren nog tot de mogelijkheden. Zelfbouw is weg gelegd voor de super handige knutselaar. Voor de fans van smalspoor is er Ne, maar ook hier is het aanbod beperkt.
  • Schaal TT 1/120 komt uit de voormalige DDR, maar begint opgang te maken. Je kan al vrij veel detailleren, de schaal is niet te groot om een aanvaardbaar station op nog beperkte oppervlakte te bouwen. Het aanbod is groeiende. Voor de smalspoorfans is er TTm.
  • Schaal HO 1/87. Half nul is zonder twijfel de meest populaire schaal, het aanbod is enorm. Je hebt keuze uit "wisselspanning (Märklin systeem met middengeleider)" of "gelijkspanning".Een beperkte ruimte begint zijn tol te eisen, een paradespoor wordt moeilijk, een klein station kan je nog redeijk realistisch bouwen. Wil je een groot station of groot paradetraject kan je je toevlucht nemen tot een modulaire baan die je elders bv. in de zomer buiten of op een beurs kan opbouwen. Zowat elk merk heeft een aanbod voor het Märklin systeem en het gelijkspanningssysteem. De concurrentie binnen gelijkspanning is groter wat z'n invloed heeft op de prijzen. Je kan in deze schaal zéér veel zelf bouwen en wijzigen. Voor de fans van smalspoor is er HOm, HOe en HOf.
  • Schaal OO 1/76,2 is een typisch Groot-Brittannië schaal, wanneer je ene passie hebt voor het Engelse platte land is dit iets voor jou.
  • Schaal S 1/64 die vooral terug te vinden is in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië.
  • Schaal O3n0 1/48 is een smalspoorschaal beperkt tot Amerikaans materieel.
  • Schaal O 1/45 (DE/NL) of 1/43.5(FR/UK) afhankelijk van land tot land. Deze schaal is in opkomst. Wanneer je jezelf beperkt kan je hier een leuke baan mee bouwen. Zeer veel detail. Het aanbod aan materieel is beperkte dan HO of N, maar je vindt zeker iets naar je gading. Zelfbouw van materieel behoort tot de mogelijkheden. Met 3D printer of lasercutters kan je knappe dingen bouwen. Op internet vind je verschillende sites waarop mensen ons laten meegenieten van hun bouwkunsten. Ook smalspoor fans vinden in Om en Oe hun gading.
  • Schaal I of 1/32 wordt aangeboden door een aantal fabrikanten Märklin heeft het ruimste en meest democratische aanbod. Daarnaast zijn er nog een kleinseriefabrikanten als Kiss en MK. Op deze schaal zal je jezelf zeer zeker moeten beperken of uitwijken naar een modulaire baan. Je kan aansluiten bij de Leuvense Spoor Eén vrienden en met eigen modules de baan uitbreiden.
    Wanneer je start met de aankoop van een 2dehands locomotief kan je de prijs nog beperken, wil je een nieuw model dan kan de prijs variëren van een 600€ voor een eenvoudige kleine diesel tot een 9000€ voor een mooi afgewerkte stoomlocomotief van een duurder merk.
  • Schaal G varieert van 1/26 tot 1/29 en wordt aangeboden door LGB (overgenomen door Märklin) en PIKO die constant het aanbod uitbreidt en de prijs drukt. Een spoor G loc van PIKO is niet duurder dan een HO loc. Spoor G wordt meestal aangelegd in de tuin en valt de ruimtebeperking soms al eens mee. Ook hier is met IIm en IIe een ruim aanbod voor smalspoorfans.
  • Daarnaast zijn er nog vele schalen, de ene al exotischer dan de andere.

Analoog of Digitaal, gelijkspanning of wisselspanning.

De vraag van wisselspanning of gelijkspanning stelt zich alleen in de schaal HO. Märklin is gekend woor de wisselspanning maar vanaf nu zullen we dit systeem 3 rail of 3L noemen. De andere merken werken op gelijkspanning en dit systeem zullen we vanaf nu 2L noemen. Wanneer je histotisch materiaal wil verzamelen vooral op ruilbeurzen of online veiligsites zal deze vraag zich zeker stellen. Wanneer je moderner materiaal wil gaan kopen dan stelt deze vraag zich bijna niet meer.

Zowat alle merken brengen locomotieven uit  voor 3L, Märklin richt zich in HO op 3L. Bij Märklin kan je nu, 2019, geen analoge locomotieven meer kopen. Bij fabrikanten van 2L materiaal ligt dit verhaal anders daar heb je dikwijls nog de deuze voor een analoge locomotief, een eenvoudige digitale locomotief een digitale locomotief met geluidsfuncties en soms nog een eenvoudige digitale locomotief in 3L en een digitale locomotief in 3L met geluidsfuncties. Momenteel is er één fabrikant die locomotieven uitbrengt die zowel geschikt zijn voor 2L als 3L ze wijn weliswaar alleen digitaal te verkrijgen. Wil je de 3L versie dan vijs je de sleper voor de puntcontacten onder de locomotief, hou je het bij 2L dan laat je de sleper weg.
Wat met bovenleiding? In het digitale tijdperk is die beperkt tot een decoratief element omdat die teveel storingen veroorzaakt.
Elke andere schaal is 2L.

Kies je voor 2L digitaal dan is de keuze van het digitale protocol duidelijk, DCC is de wereldstandaard. Dus elke decoder (het kloppende hart van de digitale locomotief) spreekt dan DCC. DCC is een open standaard er is dus veel keuze en concurentie wat de prijzen drukt.
Kies je voor 3L digitaal dan kan oudere Marklin lokomotieven laten rijden met het Motorola protocol (M) daarna kwam de beperkte versie Delta, dan de verbeterde versie M2 dan kwam Mfx en nu Mfx+ Maar koop je een moderne besturing dan kan die al die protocollen aan, ook DCC wat een alternatief is voor de de gesloten Märklin protocollen.
Moet je dan evenveel besturingen kopen als er protocols zijn? Gelukkig niet, een moderne centrale spreekt al de protocols. Maar het wordt nog beter, de spanning is identiek het is een digitaal signaal wat betekend dat je op je sporen een signaal staat dat schommelt tussen de +18V en de -18V dit is de reden waarom we eigenlijk niet meer kunnen spreken van gelijkspanning of wisselspanning in deze digitale tijd. Schaal Z is digitaliseerbaar wanneer er plaats is in de locomotief, Schaal N, HOM, HOe, HOf werken ee, lagere spanning + en - 12V.
Gebriuk je een hogere spanning de branden je decoders of motors op.

Wat is het voordeel van digitaal? Dat is eenvoudig, je kan meerdere locomotieven op één en hetzelfde spoor laten rijden en ze apart besturen. Er zijn ook andere voordelen die minder voor de hand liggend zijn, er staat altijd de maximale spanning op de baan waardoor je locomotief hier gebruik kan van maken bij het beklimmen van een stijging. Elke moderne decoder heeft cruise control wat betekend dat de lokomotief zal proberen zijn snelheid aan te houden bij het klimmen of dalen, sommige decoders kunnen dit dedecteren en het geluid hieraan aanpassen. Sommige stoomlocomotieven zullen zelfs meer stoom produceren wanneer de motor harder moet werken. Je kan functiedecoders in wagons plaatsen en het licht aan en uit laten gaan al staat de locomotief stil want er is altijd spanning op de rails. Sommige decoders hebben één of meerdere uitgangen voor servo's waarmee je pantografen kan leten bewegen, deuren open gaan,... de grens is die van de fantasie. Het spreekt voor zich dat hoe meer een decoder kan hoe hoger de prijs zal zijn. Je kan eventueel een pc gebruiken voor de besturing of controle van je baan. Hoe ver je daar in gaat is ook jouw keuze wil je op een knop drukken en alles automatisch laten verlopen het kan. Wil je alleen de beveiliging overlaten aan de pc, dat kan ook. Een mix van beide is ook mogelijk.

Je verzamelt best waat informatie voor je start, wanneer je Duits voldoende is kan je enkele boekjes aanschaffen over de opbouw en het ontwerp van modelbanen.

Je kan natuurlijk ook aansluiten bij een club en daar ervaring opdoen voor je thuis start, je leert wat mensen kennen en je deelt kennis met hun, ze kunnen je vertellen over de fouten die zij eerder maakten dan hoef je die al niet te maken.

Welke schaal, tijdperk, land, thema, seizoen je ook kiest ik wens je veel plezier met je hobby.