VAN EEN EENVOUDIG TREINBAANTJE TOT DRIERAIL GELIJKSTROOM

afbeelding van Frans

Voorwoord

Toen een van mijn modelbouwvrienden mij een tweetal jaar geleden vriendelijk vroeg of ik geen zin had om iets over mijn modelbaan te schrijven voor de website, kon ik natuurlijk geen neen zeggen.  Maar tijdsgebrek, zowat het probleem bij veel gepensioneerden (en ik ben er nog altijd niet achter hoe dat eigenlijk komt), zorgde ervoor dat het nog enkele jaren duurde vóór mijn tekst er werkelijk kwam.

Maar nu is het dan zover. Ik koos ervoor om mijn artikel te beginnen met mijn jeugd en hoe mijn eerste trein er aan kwam. De tweede fase gaat over hoe het allemaal evolueerde om uiteindelijk te komen tot de huidige situatie, een baan die verre van af is, bijzonder wat de bouw van het landschap betreft, maar technisch grotendeels in orde.  Nu ja, af … ik ben geneigd te denken dat veel banen niet af zijn.

Misschien zullen sommigen onder jullie de beschrijvingen uit mijn kinder- en jeugdperiode niet verwachten. Ik kan dat begrijpen. Het maakt ook geen onderdeel uit van de huidige situatie. Ik heb alleen maar willen aangeven hoe de trein reeds van in mijn kinderjaren een belangrijke rol speelde.

Anderen zullen mijn uitleg misschien niet technisch genoeg vinden. Zij moeten beseffen dat ik geen technische schoolkennis heb. Ik zat dan ook in de richting “oude talen”, zoals dat heet. Mijn kennis ter zake komt uit zelfstudie en veel uitleg van specialisten.

Maar goed, mijn tekst is er nu. Ik hoop dat, wie het leest, er enig plezier aan beleeft of er misschien ook iets nuttigs in terugvindt.

1. Het prille begin

01 quedlinburg - figuur 0_S.jpgToen ik een jaar of zes was bracht de goede Sint mij een speelgoedtreintje. Het was een stoomlocomotiefje met twee assen en een losse tender zoals dat heet. Het was er eentje om op te winden. Verder kreeg ik nog enkele wagonnetjes en een hoop gebogen rails, een heuse cirkel. Het is niet het treintje dat je op de foto ziet (figuur 0), maar het lijkt er wel wat op.  Dit is een foto, die we genomen hebben tijdens een bezoek aan het treinmuseum in Quedlinburg (Harz).

Het merk heb ik nooit geweten maar het kwam van de Sint, dat was genoeg. We spreken over 1952.

Na enkele dagen vond mijn vader dat de mogelijkheden met alleen gebogen rails toch nogal beperkt waren.  Hij stopte even in de winkel van de Sint en bracht nog een serie rechte rails, een heuse handwissel en een kruispunt mee.

Mijn vader werkte in die tijd bij de Buurtspoorwegen, De Lijn, zoals dat vandaag heet. Hij was ontvanger in Haacht–Station. Een ontvanger noemden ze toen een receveur.

Daar was heel wat te zien, een heel wisselcomplex en een groot depot. Om het volledig te maken was er ook nog een station van de Belgische Spoorwegen, de NMBS … en een grote brug om de tram over de spoorweg te leiden, via Keerbergen richting Mechelen. In één woord, heel veel om als kind in weg te dromen.

02 marklin catalogus 60-61def_S.jpgIn 1959 verhuisden we naar Leuven, naar de bovenkant van de Diestsevest, dichtbij het station. Ik was dertien en voor zij die bekend zijn in die buurt, daar was een heuse miniatuurtreinwinkel, Le Bambin, vooraan in de Diestsestraat. Aan de buitenkant leek het een kleine winkel, maar de toegang ging via een kleine insprong, een nis, wat meteen het uitgelezen plaatsje was om alle in de vitrine uitgestalde treintjes te bewonderen. Daar stond heel wat: allerhande locomotieven … grote en kleine … dure en iets minder dure … op een glazen vitrinerek … drie niveaus boven mekaar en drie rijen (of vier?) naast elkaar … Märklin, Fleischmann en ik vermoed ook Jouef. Misschien was het Trix Express, dat kan ook, hoewel ik dat eerder in die andere speelgoedwinkel in de Diestsestraat, Blauwputois, meen gezien te hebben. Nu ja, zoveel belang heeft dat nu ook weer niet.

Na een tijdje dromen kocht ik met wat zakgeld mijn eerste twee catalogussen, eentje van Märklin en eentje van Fleischmann. Nu maar lezen en prentjes kijken want een keuze maken zat er in het begin zeker niet in.  

Het verschil bij de twee merken werd mij als snel duidelijk. Het ging namelijk over wisselstroom en over gelijkstroom. Ik wist op dat moment geen letter over elektriciteit, daarvoor zat ik op school, zoal ik al zei, in de foute richting.  Maar in de Märklin-catalogus stond wel iets dat steeds bleef nazinderen: “Voor zij die niet zo vertrouwd zijn met elektriciteit is dit het meest eenvoudige systeem. Kortsluitingen zijn haast niet mogelijk, zelfs niet bij het leggen van een keerlus.

Het ging ook over drie rails en over twee rails.  Wat is dat nu? Ah ja, dat hoorde bij het systeem natuurlijk. Maar Märklin had wel geen drie rails meer, werd er geschreven. Het waren nu puntcontacten waar de sleper van de locomotief over wreef. Die puntcontacten, dat was veel natuurgetrouwer dan de dikke middenrail, schreef men ook.

Fleischmann had mooiere rails, t.t.z. er waren twee soorten, de standaardrails en de modelrails. De standaardrails hadden kartonnen dwarsliggers. Die waren misschien mooi van ver maar ver van mooi. De modelrails daarentegen, dat was andere koffie. Die waren knap. Sporen in messing en dwarsliggers in kunststof. Maar … er was geen bedding. De Märklinrails hadden dan weer wel een bedding, in metaal. Achteraf bekeken, ook weer niet de mooiste rail, maar Märklin had toen niets anders.

Het was een spannende periode. Lezen, foto’s kijken, in boekjes snuffelen (internet bestond nog niet) en kameraden raadplegen. Mijn studies kwamen bijna op de tweede plaats.

Uiteindelijk viel de beslissing: het zou Märklin worden. Met wat gespaarde centen trok ik naar Le Bambin. Nee, het werd geen startset maar allemaal losse onderdelen: een loc type 89, serienummer 3000 (Märklin zou er daar 5 miljoen van produceren), drie wagonnetjes, wat rechte en wat gebogen rails en twee elektrische wissels. Toen was mijn geld op … maar ik was begonnen.

Wordt vervolgd...

Adres: 
3210 Lubbeek
België
BE