VAN EEN EENVOUDIG TREINBAANTJE TOT DRIERAIL GELIJKSTROOM (4)

afbeelding van Frans

5. Wisselverlichting

Over de elektro-magnetische artikelen zoals Hameeteman het destijds in zijn boekjes omschreef kan ik nog iets meer vertellen. Zoals bekend heeft elke elektrische M-wissel een wissellantaarn. Als de baan in bedrijf is, branden dus alle wissellampjes, in mijn geval zijn er dat 23. Sorry, 20. Drie wissels staan in een tunnel, onzichtbaar dus maar wel met wisselstandmelding.

Er van uitgaande dat elke lamp (bij de M-wissel is dit een gloeilampje) ongeveer 1,5 VA verbruikt, zitten we met onze 20 wissels aan 30 VA, te verdelen over mijn 2 transformatoren. Dit betekent een verbruik van 15 VA per transfo vooraleer er één trein rijdt. Een transfo van het type 6631 levert 30 VA. Een locomotief verbruikt snel 15 VA. Dit betekent dat er buiten de wisselverlichting dus slechts ruimte is voor pakweg 1 locomotief.

Onderzijde van een Märklin M wisselU zal zich herinneren dat de eerste transfo instaat voor 3 en de tweede voor 2 regelaars. Een bijkomende transfo was dus broodnodig. Dit werd een lichttransfo van 40 VA, type 6611. Hier kon ik alle wissellantaarns mee verbinden. Om mogelijke problemen te vermijden heb ik aan de uitgang van de lichttransfo ook een gelijkrichter gekoppeld zodanig dat ook de wissellantaarns gelijkstroomvoeding krijgen. Na de wisselverlichting heb ik met deze transfo nog ongeveer 10 VA over. Deze kan ik gebruiken voor de straatverlichting. Voorlopig is dat geen probleem want mijn straatverlichting ligt nog in de winkel.

Om mijn wisselverlichting aan de lichttransfo te koppelen was er nog een ingreep nodig, namelijk het afkoppelen van de traditionele wisselverlichting van de M-rail en het solderen van een bijkomende draad op de plaats waar de lantaarn zit. Dit werd de witte draad zoals je op figuur 9 kan zien.

Klein bijkomend voordeel: omdat ik deze draden naar een apart schakelpaneel en van daaruit naar de lichttransfo heb geleid kan ik de wisselverlichting apart bedienen en ofwel volledig uitschakelen ofwel verdelen over verschillende sectoren. Uiteindelijk werd het een aparte wisselverlichting voor:

-   het hoofdstation;
-   het doorgangsstation;
-   het kopstation boven in de berg:
-   de 2 resterende wissels in het landschap.

Voor de terugleiding, de massa dus, hoefde ik niets te improviseren. Deze vloeit terug via de metalen rails.

6. Onafhankelijk rijden

onderdeel paneel met lijnen die de sporen voorstellen, drukknoppen om wissels en seinen te bedienen en een snelheidsregelaar

Zoals ik eerder al aanstipte is mijn baan zo opgebouwd dat ze door 2 personen, onafhankelijk van mekaar kan bestuurd worden. Iedere speler heeft zijn eigen snelheidsregelaar. De speler van het hoofdstation heeft ook de verantwoordelijkheid over de hoofdbaan die naar het stadje op grote hoogte leidt en waar een klein kopstation is voorzien. Bij de speler van het doorgangsstation ligt het accent op het rangeren en het samenstellen van treinen. Door de plaats van de wisselbediening op het paneel kan iedere speler zijn eigen baangedeelte beveiligen. Op elk spoor kan men met de schakelaars bovendien ook kiezen voor  een welbepaalde regelaar. Op die manier kan een speler bij de andere speler een loc of trein gaan ophalen. Op figuur 10 bijvoorbeeld kan je bij de keuzeschakelaar de aanduiding voor regelaar 4 of 5 zien. De schakelaars links en rechts met aanduiding A en U zijn stopsecties.

De baan is ook uitgerust met een bloksysteem dat kan in- of uitgeschakeld worden aangestuurd zodat volledig manueel rijden mogelijk blijft. Voor het blok rijden is de hoofdbaan ingedeeld in 4 blokken waardoor 3 treinen automatisch kunnen rijden. Hiervoor werden 3 snelheidsregelaars voorzien, die gevoed worden door één transfo. Twee blokken zitten in 2 sporen van het hoofdstation waardoor ook een automatische wisselomzetting diende voorzien. Alles wordt automatisch geregeld d.m.v. 5 schakelrails met respectievelijk relais. Terwijl dit bloksysteem zorgt voor automatisch treinverkeer, kan er gerangeerd worden in het doorgangstation en kunnen van daaruit treinen in het bloksysteem worden ingebracht of verwijderd. Dit brengt heel wat meer afwisseling bij het rijden.

7. Vandaag

Een verhuis naar een andere woning kwam op zeker ogenblik stokken in de wielen steken. Mijn baan, die was opgebouwd in L-vorm en rustig op de zolder stond, moest voor een groot deel worden afgebroken, alleen al om ze van de zolder te krijgen. Nadien lag alles jaren stil.
Maar … gelukkig is dit euvel ondertussen verholpen. De baan in L-vorm was in onze nieuwe woning echter niet meer haalbaar. Vandaag is het een rechthoek van 4 m x 1,20 m. Het plan is te zien op figuur 11. Het landschap is grotendeels vergelijkbaar  met het landschap in figuur 2.
Vandaag rij ik ook nog steeds analoog drierail gelijkstroom. Is dit in dit digitale tijdperk een probleem?

Huidige sporenplan van mijn modelbaan

Neen. Bij de aankoop van een locomotief alleen een beetje opletten met locomotieven van de nieuwe generaties. Deze rijden perfect maar het omschakelen is bij sommige series (37xxx en 39xxx bijvoorbeeld) wel eens een probleem. Dus, goed naar het reeksnummer kijken. In het slechtste geval kan je natuurlijk altijd de decoder uitnemen en vervangen door een elektronische rijrichtingschakelaar maar met een loc die 250 euro of meer kost doe je dat niet zo snel. Dat lijkt dan eerder een stap terug. Voor de rest heb ik een aantal digitale locomotieven die het heel goed doen. De Delta-locs en de series 34xx en 36xx zijn geen enkel probleem, schakelen perfect om en rijden uiteraard veel zachter dan de locomotieven uit de 60- tot 80-jaren.

Wie vandaag nog analoog wisselstroom rijdt en zo wil blijven rijden maar wel beschikken over een schakelpaneel zoals we dat in werkelijkheid ook zien kan er eens over nadenken om over te schakelen naar dit systeem i.p.v. de kosten te betalen die de ombouw van locomotieven naar digitaal met zich meebrengt.

Wie nog met een baan moet beginnen, die moet uiteraard niet twijfelen, tenzij je het goedkoop wil houden natuurlijk.
Maar de oplossing vandaag is digitaal om veelvuldige redenen, die ik hier niet ga opnoemen. Dat is uitvoerig vermeld in de Märklinboeken.

Detail van mijn modelbaan met een stomer op de voorgrond

Ook de M-rail is voorbijgestreefd. Moest ik herbeginnen, ik koos voor de K-rail met een zelf te maken ballast. De C-rail is uiteraard gemakkelijk maar ze kon best wat natuurgetrouwer. Geen woord van kritiek over de rijkwaliteiten want die zijn gewoonweg prachtig. Om ze natuurgetrouw te maken kun je ze natuurlijk schilderen maar zo blijf je wel bezig. Een punt van kritiek wat de C-rail betreft vind ik ook het gebrek aan korte rails. Toen ik een aantal jaren geleden toch even overwoog om mijn M-rails te vervangen door C-rails kwam ik in de stations als snel in de problemen. De massa mogelijkheden met de raillengtes van de M-rail tegenover de beperkte beschikbare lengtes van de C-rail deden mij als snel besluiten om met de M-rail verder te doen.

*****

Besluit: altijd opletten als je van de Sint een trein krijgt. Het kan de rest van je leven bepalen.

Frans De Prins
19 oktober 2020

Adres: 
Lubbeek 3210
België
BE